Praktische zaken

Praktische zaken
Je vraagt je af hoe het zit met eten & drinken onderweg, welke kleding je meeneemt? We hebben een aantal dingen voor je op een rijtje gezet zodat je optimaal kunt genieten van een mooie tocht:

Eten
De hamvraag: wat moet ik eten? Dat is voor iedereen weer anders. Hier een paar suggesties: banaan/appel/druiven; boterhammen; stroopwafels; dextro; (muesli)reepjes; noten, Tucjes; Energy-drank, sap, water. Krijg je snel kramp? Zoutgehalte aanvullen kan dan geen kwaad met b.v. noten of Tucjes. Heb je thuis nog een zakje ORS (zoutoplossing) of zoutpillen, dan kan het geen kwaad om dat mee te nemen.

Wanneer eet ik?
De stuurbeurt is het moment om te eten en te drinken. Vergeet niet om kaart te lezen en te sturen! Roeiers kunnen tijdens de wissel snel iets eten en drinken. Natuurlijk kun je ook eten en drinken buiten de wissels om; het kan alleen erg vermoeiend zijn om iedere keer na korte stukjes te laten lopen en weer op te pakken. Je komt dan niet echt in een ritme.

Roei je integraal, dan is het handig om met elkaar af te spreken om de hoeveel tijd je een korte eet- en drinkpauze inlast, b.v. elke 30 min.

Wat doe ik aan?
Nou, je roeikleding en verder wat je normaal ook altijd aan hebt/ mee hebt. Handig om een 'one size fits all' stuurjas mee te nemen voor de stuur, vooral bij regen en kou. Bij kou is het fijn als de stuur een fleece dekentje oid (een reddingsdekentje werkt ook prima) heeft. Extra droge shirtjes mee voor onderweg als het echt te gortig weer is/wordt is geen overbodige luxe.

Hoe wissel ik in de boot?
Je hoeft de tocht niet integraal te roeien. Je kunt ook rouleren tussen stuurplek en roeiplek. Een wisselschema van 30 minuten is prettig en efficiënt. De stuur wisselt na 30 min. met de slag. nr3 wisselt na 30 min. met de stuur, enz. Je kunt ook vanaf boeg beginnen met de wissel, of volgens een zelf bedacht wisselschema. In een wherry geldt dat de twee sturen wisselen met de twee roeiers.

Voor C2x+ en C4x+: Je kunt wisselen via de kant, maar dat kost best aardig wat tijd. Handiger en sneller is om te wisselen op het water. Het belangrijkste is dat de rest van de boot veilig boord houdt terwijl stuur en roeier wisselen. En dat de roeiers over de boorden lopen (handen en voeten) (dus niet op emplacementen en in de boot staan).

Er zijn verschillende manieren van wisselen. Marathonroeiers wisselen meestal zo: de te wisselen roeier slipt riemen aan beide boorden. De rest houdt veilig boord. De roeier loopt over de boorden naar de stuurplek waar de stuur ruimte maakt. Het spreekt voor zich dat de roeiers zich klein maken zodat de te wisselen roeier(s) over hen heen kan. De stuur kruipt over de roeier(die zich ook klein maakt in de stuurstoel of -kuip) heen en gaat naar de vrij gekomen roeiplek. Zodra de roeier zit pakt ie de riemen, evt. stellen en weer door...!

Om alle gedoe met elke keer weer stellen van voetenborden te voorkomen, kan het prettig en efficiënt zijn om aan het begin van de tocht een afstelling te bepalen. Hoeft natuurlijk helemaal niet, dat is aan jullie.

Alleen voor ultra-roeiers?
Laten we ook even een misverstand uit de wereld helpen: marathonroeien is echt niet alleen voor de ultieme kilometervreter of de ultra-getrainde roei-atleet. De Nederlandse marathonpopulatie is een bont gezelschap, met alle leeftijden en ambities door elkaar.